|
Boekbespreking - Het evangelie van Markus
Een boeiend commentaar op het Markus evangelie: –
Jezus maakt het ego niet kapot. Hij transformeert het ego, hij verandert het.
Het evangelie van Marcus is het kortste evangelie in het nieuwe
testament. De directe stijl van deze tekst doet ‘modern’ aan.
Toch blijft de tekst moeilijk te doorgronden. Moet de betekenis
letterlijk worden opgevat, is het evangelieverhaal een historisch
verslag of is het hele verhaal een en al symboliek en moet het
gezien worden als in een vergelijking?
Intrigerende vragen van Paul van Oyen in zijn ‘vertolking met
commentaar’ van dit evangelie. Van Oyen is een veelzijdig auteur,
zoals blijkt uit zijn korte levensschets en boekenoverzicht.
Hij is ook rector van de Sallandgroep, die zich onder zijn leiding
maandelijks buigt over de bhagavad gita. De inbreng verwerkt
hij dan weer in zijn commentaar. Er zijn al enkele deeltjes
verschenen bij Conversion Productions. Op eenzelfde manier is
dit commentaar op het evangelie van Marcus tot stand gekomen.
Op initiatief van Communicatiewerkplaats ‘De Snaar’ in Alkmaar
heeft een groepje ‘ijveraars’ zich samen met hem over deze tekst
gebogen. Uit ervaring weet ik hoe confronterend een dergelijke
werkwijze is. Je bent zo intensief met deze teksten bezig dat
ze je diep raken en je ook inzicht geven in wie je bent en waar
je in het leven staat. Hamvraag bij de start van de Alkmaarse
groep was: begrijp je wat je leest? Geen gemakkelijke vraag
voor een groep mannen en vrouwen van uiteenlopende leeftijd
en met een verschillende achtergrond, zeker wat religie betreft.
Ieder van hen benaderde de tekst van het evangelie van Marcus
vanuit zijn of haar eigen kennis, ontwikkeling en achtergrond.
Om elkaar goed te kunnen begrijpen en te kunnen blijven volgen
was het nodig goed te luisteren en je in te leven in de visie
en de beleving van de ander. Het doet enigszins denken aan het
‘bibliodrama’ tijdens mijn theologiestudie enkele jaren geleden.
Op deze wijze probeerden de leden van de groep samen de boodschap
te ontdekken die Jezus Christus ons in het evangelie brengt.
Reeds eerder verschenen bij Conversion Productions diverse commentaren
van de hand van Van Oyen op teksten uit de Nag Hammadi ‘bibliotheek’
van vroeg-christelijke geschriften. De bijeenkomsten in Alkmaar
hebben deze uitgave als eigentijds commentaar op de evangelietekst
van Marcus voortgebracht.
Betekenisniveaus
Het commentaar gaat uit van verschillende betekenisniveaus. Bovendien
worden regelmatig verbanden gelegd met een andere levenstraditie
die uitgaat van de eenheid van de Schepper met zijn schepping:
de filosofie van advaita vedanta. De boodschap van Jezus gaat
in de visie van Van Oyen over het herstellen van onze verbinding
met God, met de Vader. Wat bedoelt Jezus hier te zeggen? Het
commentaar komt steeds terug op deze boodschap en probeert aan
te geven hoe we die verbinding met God op een praktische wijze
kunnen bewerkstelligen. Om de historische omstandigheden rond
het leven van Jezus meer te belichten, maakt Van Oyen gebruik
van de pesher-techniek. De ‘peshers’ zijn een nadere uitleg
of commentaar. Zij verwijzen naar de mogelijke symboliek in
de tekst in verband met de actuele omstandigheden en de structuur
van de Joodse maatschappij in de tijd van Jezus.
Lezing van deze vertaling met commentaar leert hoe universeel en tijdloos
de uitspraken van Jezus eigenlijk zijn. Tijdens een symposium
maakte een bezoeker zich erg boos over wat hij noemde ‘al die
ouwe troep’, waarmee hij op de traditionele heilige geschriften
doelde; hij vond dat er tegenwoordig zoveel mensen zijn die
doorgevingen krijgen, dat de rest allemaal ballast is. De bhagavad
gita, de koran, de bijbel, ze horen volgens hem niet meer bij
deze nieuwe tijd. Het kenmerk van een revolutionair: breek alles
af en bouw verder op de puinhopen.
Wie het evangelie van Marcus en het commentaar leest, kan niet anders
dan concluderen dat deze oude teksten nog springlevend zijn.
Zo wijst Van Oyen in zijn commentaar op het bezoek van Jezus
aan de synagoge, waar hij wordt geconfronteerd met een man die
veile en boze gedachten koestert en naar Jezus schreeuwt dat
hij heel goed weet wie hij is: de belichaming van de vreze Gods
en hij vraagt hem of hij hen kapot wil maken.
Confrontatie
“De synagoge”, zegt Van Oyen, “is het huis van God en de symboliek
ervan is natuurlijk dat de mens zelf dat huis van God is. In
de synagoge zijn vele ik-jes bij elkaar. De man met de veile
en boze gedachten is de tiran in onszelf: het ego. De veile
gedachten zijn onrein en dat woord staat dan ook in de Griekse
tekst (akathartos). De tiran roept tegen het goddelijke
en onsterfelijke (in het Grieks staat: ‘hij die in de heelheid
van God staat’) in ons: ‘Wat moet je van ons (de eindeloze verzameling
van ego’tjes die zich in het innerlijk, ofwel de synagoge van
de mens hebben verzameld). Wil je ons kapot maken?’
Wie besluit de thuisreis te aanvaarden en de weg van verlossing
of bevrijding te gaan, zal tot de onvermijdelijke confrontatie
komen met zijn eigen ego. Wie doorgaat en de moed niet verliest
en wie de genade van een gids of leermeester weet te vinden
zal langzamerhand het goddelijke vóór laten gaan, waardoor het
goddelijke (licht) in de mens dominant wordt. Dan daagt het
licht dus. Het ego verzet zich echter uit alle macht en schreeuwt
het uit, bang als het is de macht te verliezen. Maar Jezus maakt
het ego niet kapot. Hij transformeert het ego, hij verandert
het. Hij laat het er gewoon zijn, maar hij maakt dat het gaat
gehoorzamen en luisteren. Vandaar: ‘Stil! Houd je mond. Verdwijn
en laat hem met rust!’ De pijn die de mens voelt is de pijn
van het ego met al zijn stuiptrekkingen en gevloek en getier.
Tenslotte stelt datzelfde ego zich echter onder het gezag van
het goddelijke in de mens, zodat hij gaat gehoorzamen. Zo wordt
het ego dienaar en discipel tegelijkertijd!”
Het is slechts één citaat, één van de commentaren
uit dit boeiende boek. Wat opvalt is dat Van Oyen vooral het belang van het hebben
van een leraar of gids benadrukt om spiritueel te groeien. Niet
iedereen zal dit met hem eens zijn, maar er valt wat voor te zeggen.
Dit zijn eigentijdse commentaren waardoor oude evangelieteksten
weer gaan leven. Terecht wijst Van Oyen erop dat er meer in
de bijbel te vinden is dan een letterlijke betekenis. Bestudering
van de Kabbala en van andere Joodse esoterische geschriften
leert dat de Joodse traditie sterk gericht was op het werken
met dubbele betekenissen en met woordspelingen. Deze vertaling
met commentaar van het Marcus evangelie past in de huidige ontwikkeling
waarin aloude bijbelteksten geheel opnieuw worden gewaardeerd.
Tweeduizend jaar van dogmatiek en gefixeerde denkpatronen hebben
hun sporen nagelaten. Wat vroeger nog inspirerend was, voldoet
nu niet meer. Het beeld van Jezus als Zoon van God is volgens
Van Oyen inmiddels aan een intense en diepgaande herijking toe.
Met dit boek heeft hij daaraan een waardevolle bijdrage geleverd.
Lambèrt de Kwant
Het evangelie van Markus, een vertolking met commentaar;
Paul G. van Oyen, Conversion Productions, ISBN 90 76392 19 6
Voor Mattheüs, een vertaling en commentaar zie: Mattheüs
|